Stadsecologie is een vakdiscipline die zich in de laatste 25 jaar heeft ontwikkeld. Bestudeert een ecoloog natuurlijke ecosystemen, de stadsecoloog richt zich op door de mens gedomineerde ecosystemen, van dorp tot metropool.

De stadsecoloog wil dat de stad ecologisch duurzaam functioneert als een ‘Ecopolis’. Dat wil zeggen de invoer van materialen, energie en water beperken, zoveel mogelijk hergebruiken en afval voorkomen. Momenteel heet dat de gesloten stad: circular cities. Een stadsecoloog wil dat het aangenaam is voor mens en dier en betrekt de menselijke actoren bij deze processen.

Duidelijke spelregels
Veel gemeenten kennen een groenblauwe ecologische stedelijke structuur met duidelijke spelregels, zoals compensatie- en ontsnipperingsplicht of verplicht natuurinclusief ontwikkelen. Om barrières voor dieren op te lossen worden faunapassages toegepast, zoals looprichels onder bruggen, tunneltjes onder de weg of bruggen bovenlangs. Op die manier kunnen diersoorten elkaar ‘vinden’ en wordt uitsterven van soorten voorkomen. Ook spelen deze structuren een rol bij het passeren van soorten als gevolg van de klimaatveranderingen.

Biodiversiteit
Natuurlijk groen vraagt om een ecologisch beheer; continuïteit en maatwerk zijn daarbij cruciaal. Ook daar spelen stadsecologen een belangrijke rol. Na de komst van de Flora- en faunawet in 2002 wordt er veel aandacht besteed aan de inventarisatie van soorten. Daarmee is biodiversiteit in relatie tot duurzaamheid  opgepakt.

Inspelen op verandering
Groen, water en natuur zijn van betekenis voor gezondheid en welbevinden, een aangenaam leefklimaat, sociale ontmoetingen, sport en recreatie, natuurbeleving en milieubesef. Er is een directe relatie tussen ‘groen’ en de waarde van woningen of een gunstig vestigingsklimaat voor bedrijven. Stadsecologie speelt in op de verankering van deze relaties in het gemeentelijk beleid.

Bron:
Wageningen UR