Het klimaat verandert: steeds vaker zullen perioden met extreme neerslag en langdurige droogte elkaar afwisselen. Extreme neerslag kan leiden tot wateroverlast en droogte tot hittestress. De Rotterdamse buitenruimte is voor 30% publiek domein, 70% van bedrijven, woningcorporaties, (maatschappelijke) organisaties en particulieren. Zij worden door de gemeente Rotterdam gestimuleerd om hun tuinen, stoepen of daken te vergroenen of te ‘verblauwen’ (tijdelijk regenwater vasthouden). Om zo samen de problemen ten gevolge van de klimaatverandering het hoofd te bieden.

Angeline Sijsenaar heeft onderzocht wanneer (welke) burgers gemotiveerd zijn, om een steentje bij te dragen – of beter gezegd – weg te dragen om regenwater te bergen. De centrale vraag hierbij is:

Welke motivatiefactoren van burgers (in de Agniesebuurt, Feijenoord, het Molenlaankwartier) zijn bepalend voor het leveren van een (fysieke) bijdrage aan waterberging in de gemeente Rotterdam?

 Aan de hand van theorieën over motivatie (en de bereidheid) van burgers om een bijdrage te leveren, in dit geval aan klimaatadaptatie, zijn hypotheses opgesteld over bepalende motivatiefactoren. Door het uitvoeren van een survey in juni 2016 zijn 300 burgers in 3 Rotterdamse buurten geënquêteerd en is onderzocht wanneer zij gemotiveerd (en bereid) zijn tot het leveren van een bijdrage aan klimaatbestendigheid (aan het opvangen van regenwater).

Samengevat zijn de volgende theoretische motivaties bepalend:

  • Hoog opleidingsniveau
  • Leeftijd 31 – 45 jaar
  • Kosten-batenafweging, (financiële vergoeding)
  • Opkomen eigen belang
  • Positieve emotie (plezier)
  • Commitment, identificatie met het milieudoel
  • Engagement (actief voor buurt zijn)
  • Waardering, goedkeuring willen krijgen
  • Kennis, (vrijwilligers)ervaring hebben
  • Competent zijn / incompetent is een a-motivator
  • ‘Life changing events’, hinder (wateroverlast) hebben ervaren
  • Positief voorbeeldgedrag van anderen (sociale druk)
  • Push, gevraagd worden door bekenden
  • Wet- en regelgeving (beperkend of stimulerend)
  • Faciliteren, wegnemen ‘red tape’

Uit de analyse van de survey blijkt:

  1. Hoog(ste) opleidingsniveau is niet onderscheidend.
  2. Engagement (actief voor buurt) geldt het meest voor 31 – 45-jarigen
  3. Opkomen uit eigen belang is niet motiverend.
  4. Plezier, als positieve emotie is niet motiverend.
  5. Commitment is groot onder alle respondenten.
  6. Engagement, actief voor buurt (‘sense of community’) lijkt motiverend.
  7. Waardering of goedkeuring van anderen is niet motiverend.
  8. Kennis, (vrijwilligers)ervaring is niet aantoonbaar motiverend.
  9. Competent zijn is geen aantoonbare motivatie.
  10. Ervaren wateroverlast leidt niet tot bijdragebereidheid.
  11. Positief voorbeeldgedrag lijkt motiverend.
  12. Gevraagd worden lijkt motiverend.
  13. Wet- en regelgeving (stimulerend / beperkend) is niet aantoonbaar.
  14. Faciliteren door overheden lijkt motiverend.
  15. Relatie tussen willen bijdragen aan waterberging en ervaren wateroverlast is niet aangetoond.
  16. Het verschil in sekse (man / vrouw) op bijdragebereidheid is niet aangetoond.

Samengevat blijken de volgende motivatiefactoren bepalend:

  • Leeftijd 31 – 45 jaar
  • Commitment, identificatie met milieu (doel waterberging)
  • Engagement, contact willen met anderen (actief zijn voor buurt)
  • Sociale druk: positief voorbeeld gedrag van anderen
  • Push, gevraagd worden door bekenden
  • Faciliteren, wegnemen ‘red tape’

De volgende factoren motiveren de burgers volgens de uitkomsten uit de survey niet:

  • Positieve emotie plezier
  • Opkomen voor eigen belang (voordeel)
  • Waardering, goedkeuring willen krijgen
  • Wet- en regelgeving (beperkend of stimulerend)

Niet aangetoond zijn de volgende motivatiefactoren:

  • Hoog opleidingsniveau
  • Kennis (klimaat), ervaring hebben
  • Competent zijn

De factor ‘life changing events’ (hinder van regenwater) is aangetoond voor de buurt Feijenoord, verworpen voor het Molenlaankwartier en niet aangetoond in de Agniesebuurt.)

Aanbevelingen
Zet in op ‘gemeenschapszin’ (engagement), voorbeeldgedrag en ‘gevraagd worden door bekenden. Zet in op participatie en bewustwording. Door burgers te laten mee discussiëren over beleid en oplossingen komt informatie beschikbaar en wordt de bewustwording vergroot, hierdoor zal ook engagement vergroot worden en is men meer gemotiveerd om zich in te zetten voor de buurt.

  • Zet in op faciliteren. Een taalbarrière kan als ‘Red Tape’ werken, waardoor burgers niet aanhaken. Communiceer dan in hun eigen taal.
  • Zet in op combinaties van factoren ‘commitment, push (gevraagd worden) en engagement’, met gerichte acties om burgers te betrekken bij klimaatadaptatie.
  • Zet in op het verstrekken van informatie, biedt handelingsperspectieven en wijs op de (on)mogelijkheden op het gebied van wet- en regelgeving (subsidies en dergelijke).

Meer informatie over dit onderzoek, leest u in het onderzoeksrapport

Bron:
Auteur: Drs. Angeline Sijsenaar