Stichting Steenbreek gaat samenwerken met de ‘guerrilla gardeners’. De missie van dit collectief is via acties mensen overtuigen van het belang van meer groen en de openbare ruimte vergroenen. ‘Het werk van de guerrilla gardeners spreekt ons enorm aan’, zegt directeur Roel van Dijk van Stichting Steenbreek. ‘Het heeft veel raakvlakken met waar Steenbreek mee bezig is. Dus een samenwerking is meer dan vanzelfsprekend.’

‘Guerrilla gardening’ is in de jaren zeventig begonnen door de ‘Green Guerrilla’s’, een groep bewoners die genoeg had van de rommel en verpaupering in hun buurt in New York. Ze begonnen een buurttuin op een stuk land dat al jaren niet gebruikt werd en waarvan niemand wist wie de eigenaar was. In een jaar tijd ruimden ze de rommel en afval op en legden een tuin aan. Vanuit dat initiatief stonden er in de hele wereld ‘guerrilla gardeners’ op. Circa 10 jaar geleden gebeurde dat in Nederland door Cerian van Gestel: ‘Ik stuitte op de website over guerrilla gardening van Richard Reynolds. Dat sprak me direct aan omdat het heel concreet is. Je ziet dat een buurt aan het vergroenen is.’ Van Gestel, van huis uit bioloog, besloot daarop in Nederland met een website (www.guerrillagardeners.nl) te beginnen. Inmiddels zijn er volgens Van Gestel, directeur van de begin dit jaar opgerichte Stichting Guerrilla Gardeners, duizenden guerrilla gardeners in Nederland. Acties zijn onder meer het aanleggen van geveltuinen en het gooien van ‘bloembommen’ (pakketje bloemzaadjes in klei en compost) op saaie plekken.

Meer ruimte voor bomen
Binnenkort start Steenbreek samen met de guerrilla gardeners een project om de ruimte rond een boom, vaak een plek met hondenpoep en afval, aan te pakken. Van Dijk: ‘De concrete activiteit die we gaan oppakken, het vergroenen van boomspiegels, past geheel in de lijn van Steenbreek. Meer ruimte voor bomen, minder steen en meer groen.’

Van Gestel verwacht veel synergie te halen uit de samenwerking. ‘De samenwerking met Steenbreek is belangrijk omdat er een overlap is in wat we willen, namelijk de leefomgeving vergroenen. We kunnen ook gebruikmaken van de contacten die Steenbreek heeft met de gemeenten.’