Laatste weekend van januari weer tuinvogels tellen
Jaarlijks tellen ruim honderdduizend mensen de vogels in hun tuin zodat Vogelbescherming meer leert om ze beter te beschermen. De Nationale Tuinvogeltelling, dit jaar op 30 en 31 januari en 1 februari, levert een momentopname van de aantallen vogels die in Nederlandse tuinen aanwezig zijn.
In combinatie met de resultaten van andere jaren en met andere tellingen levert dit een beeld van de ontwikkelingen van het belang van tuinen voor vogels. In sommige gevallen is het ronduit zorgwekkend: de huismus en merel hoor en zie je al veel minder in en rond onze tuinen. Met de gegevens van de Tuinvogeltelling kan Vogelbescherming deze en andere bedreigde vogels beter beschermen.
Barre tijd
De winter is begonnen en voor vogels is dit de meest barre tijd van het jaar; niet alle vogels vliegen in de herfst naar het zonnige zuiden. Vogels die in ons land overwinteren verbruiken heel veel energie in de wintermaanden, alleen zo kunnen ze de kou overleven. Tijdens lange koude winternachten verliezen vogels als koolmees en pimpelmees meer dan 10 procent van hun lichaamsgewicht.
De dagen om voedsel te zoeken zijn in deze periode maar kort. Er zijn nauwelijks nog insecten te vinden om te kunnen eten. Veel vogelsoorten kunnen de Nederlandse winter goed doorstaan, vooral met een beetje hulp van vogelliefhebbers.
Eten geven
Wie vogels te eten wil geven, kan dat het best doen met zo gevarieerd mogelijk voer met ongebrande pinda’s, vetbollen, stukjes fruit en zaden. Dit voorkomt dat de vogels de vitaminen gaan zoeken in knoppen van struiken. Vetbollen (zonder netje) kun je overal kopen, maar zijn ook heel makkelijk zelf te maken. Ook in zonnebloempitten zit veel vet. Kool- en pimpelmezen, boomklevers, sijsjes en spechten zijn dol op pinda’s. Voer pinda’s in een silo of rijg ze aan een ketting. Hang nooit een pot gewone pindakaas op want daar zit te veel zout in. Lijsterachtigen en spreeuwen eten weer graag gewelde krenten, rozijnen en allerlei soorten bessen.
Een andere bron van voedsel is het laten liggen van bladeren in de tuin. Veel insecten verstoppen zich of overwinteren in hopen blad en dit is een mooie voedselbron voor vogels. Roodborstjes, winterkoninkjes en andere vogelsoorten eten deze insecten met smaak.
Nestkastjes
In de winter slapen vogels graag in dichte struiken, onder dakpannen en ook in nestkastjes. Dat doen ze niet altijd alleen, sommige vogels kruipen met elkaar in een kastje om zo beter warm te blijven. Als je een nestkast ophangt, hou dan wel rekening met een vrije aanvliegroute en een rustige plek in de tuin. Een boom of struik ziet er niet alleen mooi uit in de tuin, het is ook een magneet voor vogels. Het is een plek om te schuilen, om te broeden en om voedsel te vinden.
De vijverbezitters kunnen het leven in het water helpen door sneeuw van het ijs te verwijderen; sneeuw belemmert de lichtinval en daarmee de werking van de vijverplanten. Bij een lange vorstperiode is het beter om een gat in het ijs te maken. Niet door te hakken, maar een pan met heet water op het ijs te zetten.
Auteur: Hans Bouwman
Foto: Beeldbank van de Leefomgeving



