Speelfilm over vergroenen in aantocht
Een speelfilm wordt het nieuwe instrument van MN Media-producent Ignas van Schaick om mensen thuis te bereiken met groene thema’s als biodiversiteit en klimaatadaptatie. Aansluitend op de recent uitverkochte theatershow in AFAS Leusden werkt hij aan een laagdrempelig verhaal dat verbeelding inzet om mensen anders naar hun eigen leefomgeving te laten kijken. Zijn doel: bewustwording omzetten in kleine, haalbare stappen richting een groenere stad.
De theatershow Stadssafari vormde onlangs de aftrap van een bredere reeks activiteiten. Twee avonden zat de zaal in Leusden vol en het succes leidde direct tot plannen voor een landelijke tour. Het geheim zit volgens Van Schaick in de kracht van livebeleving: een theatershow zet stadsnatuur midden op het podium, waardoor mensen direct ervaren dat biodiversiteit niet iets abstracts is, maar iets dat zich letterlijk om hen heen afspeelt. Theater creëert bovendien een gedeelde ervaring die dieper blijft hangen dan boodschappen via vluchtige media.
Fictie- als non-fictielagen
Diezelfde gedachte vormt de basis van de nieuwe film, die in 2028 wordt uitgebracht. Van Schaick kiest bewust voor een vorm die verder gaat dan een traditionele natuurdocumentaire. De film wordt de eerste “natuur-romcom” met zowel fictie- als non-fictielagen, waarin een gezin verhuist naar een versteende straat en stap voor stap ontdekt hoe ze hun tuin en buurt groener kunnen maken. De natuur beslaat een groot deel van het filmverhaal: muizen, mieren en andere kleine stadsbewoners worden gevolgd in hun dagelijkse strijd om te overleven, als spiegel van menselijke routines. Zo wordt het “onzichtbare” leven achter schuttingen en tegels zichtbaar gemaakt.
Bekende acteurs
Volgens Van Schaick is die zichtbaarheid cruciaal. De helft van de ruimte in stedelijke gebieden ligt op particulier terrein. Daar valt enorm veel winst te behalen in vergroening en het vergroten van de biodiversiteit. Veel mensen beseffen niet dat hun eigen keuzes – een open afvalbak, een betegelde tuin, een rondhangende kat – directe impact hebben op lokale biodiversiteit. Film en theater kunnen dat op een bijna intuïtieve manier duidelijk maken, zonder belerend of educatief te worden. Verwondering werkt sterker dan een folder of beleidsstuk. Acteurs als Frans Lammers of Carice van Houten zijn daarin niet ondenkbaar, aldus Van Schaick.
Lokaal netwerk
Toch is beeld alleen niet genoeg om mensen echt in beweging te krijgen. Daarom combineert Van Schaick al jaren films met een breed netwerk van partners en ambassadeurs. Lokale organisaties zoals Groei & Bloei, IVN, buurtinitiatieven en zelfs biologische boeren worden betrokken bij vertoningen om het gesprek direct na afloop te kunnen voeren. Tijdens eerdere projecten bleven bezoekers niet alleen achter met inspiratie, maar ook met informatie en concrete eerste stappen. Film fungeert daarbij als startpunt, niet als eindstation.
Campagne rond de film
Het is een aanpak die onderscheidend is binnen de sector: in plaats van losse producties kiest Van Schaick met MN Media voor mediaprojecten met een breed palet aan uitingen en actieve samenwerking met partners. De campagne rond een film is volgens hem bijna ‘net zo belangrijk’ als de film zelf. Dat maakt het mogelijk om ook doelgroepen te bereiken die niet vanzelfsprekend een natuurfilm in de bioscoop zouden bezoeken. Daarom wordt de nieuwe film bewust laagdrempelig en toegankelijk gehouden, met humor en herkenbare buurtpersonages – zoals de buurman die hardnekkig vasthoudt aan een versteende tuin.
Dat deze strategie werkt, blijkt uit eerdere successen. De Nieuwe Wildernis trok ooit een ongewoon breed publiek en wist zelfs populaire blockbusters te overtreffen in bezoekersaantallen. Mensen bleken ontvankelijk voor verhalen over natuur, mits deze goed verteld worden. Hetzelfde ziet Van Schaick bij Stadssafari: het onderwerp leeft breed, van gezinnen tot professionals en van gemeenten tot rijksoverheid. Steeds meer overheden zoeken naar nieuwe manieren om bewoners te betrekken bij vergroening en klimaatadaptatie. Film en theater blijken waardevolle instrumenten om collega’s of inwoners mee te nemen in vraagstukken die normaal vooral in beleidsdocumenten leven.
Gewoontedieren
Gedragsverandering vraagt echter meer dan alleen inzicht. Mensen zijn gewoontedieren, benadrukt Van Schaick. Daarom werkt hij vanaf het begin samen met lokale organisaties om ideeën te vertalen naar praktische acties in buurten en straten. Een film die begint in de lente en eindigt in de lente dient als symbolische uitnodiging: elke nieuwe groeiperiode biedt een kans om anders te beginnen. De film laat zien dat kleine ingrepen – een vijver, een rommelplek voor egels, een open gesprek met buren – een groot verschil kunnen maken. De boodschap is helder: bewoners kunnen zelf de aanzet geven tot herstel van biodiversiteit; de overheid hoeft niet altijd het startsein te geven.
Financiering
Het onderwerp leeft in de hele samenleving, merkt Van Schaick. Voor de financiering werkt hij samen met ministeries, educatieve organisaties en bedrijven die steeds meer te maken krijgen met natuurinclusieve eisen. Sponsoring is niet alleen financieel van belang, maar vooral ook voor het opbouwen van het brede netwerk dat nodig is om de film en bijbehorende activiteiten door het hele land te laten landen. Veel bouwbedrijven, zoals Heijmans, tonen inmiddels oprechte bereidheid om biodiversiteit te versterken in hun projecten – niet alleen omdat het moet, maar omdat het kan.
Wat Van Schaick uiteindelijk hoopt? Dat bezoekers na afloop anders naar hun eigen tuin, balkon of straat kijken. Dat ze begrijpen dat vergroening geen abstract beleidsvraagstuk is, maar iets dat letterlijk begint onder hun eigen voeten. Als een film of theatershow mensen dat inzicht geeft, kan verbeelding de motor worden voor een groenere, leefbare stad.
Bron: Steenbreekspecial Vakblad Groen
Auteur: Jesse Kiel



