Afgelopen week zijn 895 basisschoolleerlingen in Papendrecht verrast met bloemenstekjes.

“Jong geleerd is oud gedaan” moeten ze bij veredelings- en vermeerderingsbedrijf Florensis uit Hendrik-Ido-Ambacht hebben gedacht toen zij zo’n 6000 stekjes van allerlei bloemen- en plantensoorten beschikbaar stelden voor de hoogste groepen van de basisscholen in Papendrecht.

Groen in de tuin
“Kinderen kunnen de stekjes planten, zijn lekker bezig in de tuin en spelenderwijs vergroenen ze de omgeving en zorgen ze voor voedsel voor allerlei nuttige insecten. Ik ben dan ook heel blij met dit mooie gebaar van deze gulle gever”, aldus wethouder Arno Janssen.

Challenge
De stekjes zijn, via de gemeente, aan de scholen aangeboden met potgrond, een potje en begeleidende informatie. Veel insecten, zoals vlinders en bijen, worden blij van de volgroeide stekjes want dat is voor hun een voedselbron. Meer planten en bloemen, betekent meer insecten.

Leerlingen worden dan ook uitgedaagd om zo goed mogelijk voor hun stekjes te zorgen. Er is zelfs een heuse challenge wie de mooiste bloemen weet te telen, en wie de origineelste foto met de stekjes weet te maken.

Bron:
PuurPapendrecht.nl

De geveltuin. Wie wordt er niet zielsgelukkig van? De bewoner, het langslopende publiek, het riool en niet in de laatste plaats de insecten. Weinig zaken oogsten zo’n hoog percentage plezier als een geveltuin. Daarom worden de Rotterdammers in beweging gebracht om vóór 30 september 1.000 geveltuinen aan te leggen. Let’s grow!

De insecten sterven langzaam uit, de straten staan blank na een flinke regenbui en de steden warmen steeds meer op dankzij de versteende omgeving. Waar tien jaar geleden het gros van de mensen zo min mogelijk groen wilde, krijgt de groene trend de laatste jaren steeds meer voet aan de grond. De geveltuin is een makkelijke stap naar een groener en socialer leven en weinig mensen weten dat je er één mag plaatsen. Daarom deze bewustwordingcampagne.

Wat gaat er gebeuren

➢ Het doel is om er 1000 nieuwe geveltuinen bij te krijgen vóór 30 september 2020

➢ Een deel daarvan, 100 stuks, worden verloot en kunnen mensen dus winnen.

➢ Rotterdammers die er zelf één aanleggen, worden opgeroepen om hun foto in te zenden, omdat we een overzicht van de 1.000 geveltuinen bijhouden op 1000geveltuinen.nl (gaat vrijdag aanstaande live)

Waarom 1000 geveltuinen?

➢ Geveltuinen zorgen voor een gezonder leefklimaat, een groenere straat, meer sociale interactie tussen bewoners en een prettigere omgeving voor insecten en dus vogels.

➢ De geveltuin kan een startvonk zijn voor interesse in groen en bewustwording rondom hitte-stress en klimaat-adaptatie. Het is op die manier een laagdrempelige conversation-starter over deze serieuze thema’s.

➢ Bijna iedereen vindt een geveltuin een toevoeging aan het straatbeeld, maar velen weten niet dat het officieel mag van de gemeente (maximaal 45 cm uit de gevel en minimaal 1.80m stoep overhouden) en wat de voordelen ervan zijn.

Posiviteit tijdens corona periode
Dit plan lag al langer op de plank, maar door het wegvallen van werkzaamheden (in de evenementensector) voor Berend van Zanten en Raymond Landegent én door een behoefte aan positiviteit was er tijd om dit plan uit te werken. Veel mensen zijn nu thuis en zo blijft er toch nog iets positiefs over na deze crisis.

Site
De website 1000geveltuinen.nl is inmiddels live en Raymond Landegent.

Initiatiefnemers
Dit initiatief is gestart door Raymond Landegent en Berend van Zanten, oprichters van duurzaam warenhuis OASE, beheerder van community Plantenasiel Rotterdam (7000 leden) én initiatiefnemers van stichting Groenemorgen. Met hun stichting wil het duurzame tweetal projecten opstarten die Rotterdam groener en socialer maken. De campagne 1000 Geveltuinen wordt ondersteund door de gemeente Rotterdam: het Rotterdams WeerWoord en Rotterdam gaat voor Groen.

 

Op 2 juni om 15.00 uur organiseren Stichting Steenbreek, NL Greenlabel en Cobra Groeninzicht het Webinar: Nationale Tuincheck biedt kansen voor gemeenten. |

Dit webinar is bedoeld voor professionals en gaat in op de wijze hoe zij tuinbezitters kunnen stimuleren om de tuin te ontstenen en te vergroenen. De ‘Versteningkaart’ van Cobra Groeninzicht en de ‘Nationale Tuincheck’ van NL Greenlabel, Stichting Steenbreek, Vogelbescherming en Tuinbranche Nederland zijn praktische en concrete tools die gemeenten, provincies, waterschappen en bedrijfsleven hiermee kan verder helpen.

Klik hier voor meer informatie en aanmelden

Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) heeft in samenwerking met Tijdelijke Natuur een handige brochure uitgebracht over de kansen voor biodiversiteit en tijdelijke natuur op bedrijventerreinen. Met een praktisch stappenplan waarin per fase de kansen worden toegelicht. Inspiratie kan worden gehaald uit een aantal ‘good practices’.

De auteur van het rapport, Karin Maatje van provincie Flevoland, geeft aan: “De meeste kansen voor biodiversiteit zijn er bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en bij de herstructurering van oude terreinen. Terreinen met een duidelijk duurzaam profiel hebben meer mogelijkheden, evenals terreinen van grote multinationals en campussen, waar een aantrekkelijke werkomgeving hard nodig is om talentvolle werknemers aan te trekken. Het Tilburgse plan Wijkevoort laat echter zien dat ook een logistiek bedrijventerrein een aantrekkelijke biodiverse werklocatie kan worden.”

Karin is vooral positief over de mogelijkheden om kansen te koppelen: “Uit alle good practices die ik heb bekeken en alle gesprekken die ik heb gevoerd blijkt dat er draagvlak voor biodiversiteit ontstaat, als je het verbindt met andere doelen, zoals klimaatbestendigheid en een gezonde werkomgeving.”

De brochure is gebaseerd op een paper die Karin schreef in het kader van het executive program Corporate Social Responsibility (CSR) aan de Erasmus Universiteit. De originele paper, inclusief gebruikte bronnen, is hier te vinden.

Bron: SKBN
Foto: Roel van Dijk (bedrijventerrein Houten)

In Frankrijk en Engeland is het al een rage: met stoepkrijt de namen bij onkruid op de stoep schrijven. Deze ‘stoepplantjes’ zijn van belang voor de biodiversiteit in de stad en helpen mee de verstedelijkte omgeving te koelen. Door ze van een naam te voorzien helpen plantenliefhebbers anderen om de wilde planten gemakkelijker te herkennen en er meer plezier aan te beleven.

Sinds een aantal jaar spuiten gemeenten geen gif meer. Onkruid wordt weggeborsteld of met heet water weggespoten waar het in de weg staat. Er blijft daardoor meer onkruid staan op plekken waar het niet in de weg staat. Mensen zijn gewend dat onkruid slordig is en storen zich eraan. Het project Stoepplantjes, dat gestart is in de Hortus botanicus Leiden, wil meer waardering kweken voor de wilde planten op de stoep. Die zijn nuttig: ze helpen de stad te verkoelen, ze bieden voedsel voor bestuivers en vogels en dragen bij aan de biodiversiteit. Je ziet andere soorten dan een aantal jaar geleden: de nieuwe stoepplantjes zijn goed bestand tegen klimaatsveranderingen. Je mag ze plukken en er van alles mee doen; dat maakt de planten ook voor kinderen interessant.

Het botanisch stoepkrijten, met stoepkrijt de naam bij plantjes schrijven, is een geweldige manier om passanten op de planten te wijzen en om wandelaars op een leuke manier plantennamen te leren kennen. Nu iedereen nog veel rond het eigen huis actief is vanwege Corona, biedt het plantenkenners de mogelijkheid anderen te helpen, het geeft passanten een interessante nieuwe kijk op hun eigen omgeving en het helpt kinderen om plezier te krijgen in planten.

Ga aan de slag
Plantenkenners, ga met stoepkrijt aan de slag, schrijf met stoepkrijt de naam bij stoepplantjes – de Nederlandse of wetenschappelijke. Voeg waar mogelijk #stoepplantjes toe zodat mensen weten waar ze meer kunnen vinden. Een regenbui is voldoende om alles weer uit te wissen.

Allen die meedoen, kijkers en schrijvers, deel foto’s met de plant, naam en hashtag op de sociale media om meer mensen te stimuleren mee te doen.

Op www.stoepplantjes.nl is informatie te vinden activiteiten voor kinderen te downloaden.

Stoepplantjes zijn te vinden op instagram, facebook en twitter (@stoepplantjes) en instagram.

Bron:
Hortus Leiden

Groenblauwe daken bieden kansen voor stedelijk waterbeheer. Onderzoekers van twaalf groenblauwe meetdaken delen hun inzichten en ervaringen over onderzoek naar waterberging, waterafvoervertraging, verdamping, waterzuivering, koeling en biodiversiteit. De kennis en ervaringen uit deze onderzoeken zijn gebundeld in de publicatie: Meten op hoogte, een overzicht van onderzoek op groenblauwe daken.

Groenblauwe daken houden met begroeiing regenwater vast en zorgen voor verdamping. Groenblauwe daken zijn waardevol voor waterhuishouding in de stedelijke omgeving. Afhankelijk van de hoeveelheid waterberging op het dak en regeling van de dakafvoer komt er minder water minder snel in het riool. Bij een gemengd rioolstelsel gaat er dan minder afvalwater naar de zuivering (rwzi). Het betekent ook minder water op straat bij stortbuien en minder riooloverstortingen, waardoor het oppervlaktewater schoner blijft. De blauwe bufferwerking van een dak kan prima dienen als een vertraagde (geleidelijke) aanvoer naar een infiltratievoorziening. Meer water verdampen via het groene substraat op het dak betekent echter ook minder infiltratie in de ondergrond.

Ook kunnen groenblauwe daken met begroeiing bijdragen aan meer biodiversiteit, minder snelle opwarming van gebouwen en hun omgeving bij hitte, het invangen van fijnstof en een aantrekkelijker omgevingsbeeld. Daarmee dragen groenblauwe daken bij aan verschillende duurzame ontwikkelingsdoelen.

Wateropgave
Maar hoe en hoeveel dragen groenblauwe daken bij aan de wateropgave? Hoe gedragen ze zich bij piekbuien of juist onder extreem droge omstandigheden? En hoe kunt u als stedelijk waterbeheerder groenblauwe daken optimaal inzetten in een veranderend klimaat? Om deze vragen te beantwoorden, zijn STOWA en Stichting RIONED in 2015 een Community of Practice (CoP) gestart voor onderzoekers van groenblauwe daken. Voor de onderlinge kruisbestuiving met vragen en oplossingen uit de markt werkte deze community in een aantal bijeenkomsten samen met de partners van het Nationaal Daken Plan (NDP, voorheen Green Deal Groene Daken).

In de afgelopen jaren hebben onderzoekers in de CoP kennis, inzichten en uitkomsten gedeeld rond onderzoek aan en op groene en groenblauwe meetdaken. Met de publicatie Meten op hoogte, een overzicht van onderzoek op groenblauwe daken presenteren STOWA, Stichting RIONED en de CoP-kennispartners inhoudelijke lessen uit onderzoeken op twaalf meetdaken. Deze praktijkonderzoeken hebben de afgelopen jaren bijgedragen aan een beter inzicht in de werking en effecten van groenblauwe daken. Het doel is om deze daken een effectiever onderdeel te laten zijn van klimaatadaptieve maatregelen in de stad. Samen met het Nationaal Daken Plan brengen zij deze resultaten graag verder via de samenwerking aan opschaling van groenblauwe daken.

De definitieve ‘Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief bouwen en inrichten’ is onlangs gepresenteerd. Aan de hand van concrete voorbeelden wordt beschreven wat er binnen decentrale regelgeving mogelijk is voor klimaatadaptief bouwen en inrichten.

Door klimaatverandering neemt de kans op hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor onze gezondheid, veiligheid en economie. Het is van groot belang dat Nederland zich aanpast aan deze veranderingen. De overheid, maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven werken aan de benodigde aanpassingen voor het omgaan met extreme weersomstandigheden, zodat dit het nieuwe normaal wordt.

Klimaatadaptief bouwen en inrichten biedt een kans om van gebieden aantrekkelijke leef- en vestigingslocaties te maken met meer groen en ruimte voor water in de bebouwde omgeving en voor meer innovatieve bouwvormen. Hiermee worden ook andere doelen dan klimaatadaptatie gediend, zoals een gezonde en veilige leefomgeving, verbeteren biodiversiteit en het verhogen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

Het huidige wettelijke stelsel bevat veel mogelijkheden om klimaatadaptief bouwen en inrichten juridisch te borgen. Met name gemeenten kunnen al heel veel vastleggen en ‘regelen’ in hun beleid en ruimtelijke plannen. Deze handreiking over decentrale regelgeving bij klimaatadaptief bouwen laat aan de hand van concrete voorbeelden zien op welke wijze verschillende aspecten van klimaatadaptief bouwen kunnen worden ‘geregeld’. Zodat de discussie bij gemeenten, waterschappen en provincies niet meer gaat over de vraag of het mogelijk is om deze aspecten te regelen. Maar verschuift naar de vraag in hoeverre decentrale regelgeving nuttig en nodig is en of het ‘regelen’ ook op een andere manier kan. Met bijvoorbeeld stimuleringsmaatregelen of via afspraken in een convenant.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Deelnemende gemeenten aan Steenbreek worden met een activiteitenpakket ondersteund om zo de negatieve gevolgen van verstening om te zetten in de positieve effecten van vergroening. Dit is zo’n andere manier om in dialoog met bewoners, organisaties en bedrijven te zorgen voor het stimuleren van meer groen in de privé-omgeving en alle kansen en mogelijkheden benutten voor het vergroenen van de openbare ruimte. Zodra verbindingen worden gelegd gaan activiteiten meer effect opleveren. Samen kunnen we het verschil maken en zorgen voor een klimaatbestendige en gezonde, fijne leefomgeving. Heb je interesse om aan te sluiten bij Steenbreek? Neem dan contact op met het secretariaat.

Download: ‘Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief bouwen en inrichten’