‘Steen er uit, plant er in’. Dat klinkt simpel, maar voor een succesvolle groene tuin kan de plant wel wat hulp gebruiken. De ontsteende grond is namelijk arm.

Het steendek en het arme witzand dat daarbij gebruikt wordt hebben de natuurlijke processen van de grond belemmerd. Helemaal doods is het gelukkig niet. Bij het verwijderen van de stenen kom je  wormen, pissebedden en tal van beestjes tegen. Die beestjes (de meeste zijn microscopisch klein) zijn nodig om de grond vruchtbaar te maken. Hoe meer beestjes, hoe beter. Daarvoor moet je ze te eten geven. Ze eten dood plantaardig materiaal zoals compost. Werk de compost ongeveer een spa diep door de grond en de grond komt weer tot leven. De beestjes en andere natuurlijke processen doen hun werk, voedingsstoffen komen vrij, de planten nemen het op en gaan groeien en bloeien. Herstel van de bodem gaat best snel en ieder jaar zie je meer resultaat in je groene oase. Blijf de bodem te eten geven, door bijvoorbeeld jaarlijks een strooisellaag (mulchen) tussen de planten te leggen. Het bodemleven werkt dat van nature zelf dieper de grond in.

Succes met je ontsteende groene tuin!

Tekst en beeld: Sjon Heijenga